inventarisatie bestrijdingsmiddelen

De bij loopt gevaar. Door een combinatie van ziekten, pesticiden en onvoldoende voedsel neemt het aantal bijen snel af. Omdat bijen ruim 80% van de bestuiving van ons voedsel voor hun rekening nemen, is dit niet alleen een gevaar voor de biodiversiteit, maar ook een direct gevaar voor de wereldvoedselvoorziening.

De laatste jaren sterven er in de winter veel meer bijen dan daarvoor.  Als er te weinig bijen in een volk overblijven, kunnen ze elkaar niet meer warm houden er sterven ze allemaal. Dit komt door een combinatie van een aantal factoren.
Een parasiet en bestrijdingsmiddelen spelen de hoofdrol. Die parasiet is de Varroa-mijt, een klein diertje dat een beetje op een teek lijkt. De mijt plant zich voort op de larven van de bij. Hij verzwakt ze daarbij zodanig dat er bijen geboren worden die te klein en te zwak zijn, soms met beschadigde vleugels. De mijt is geimporteerd vanuit Azie en onze honingbij is er niet tegen opgewassen. Zonder hulp van de imker gaat het volk vaak ten onder aan de Varroa mijt.
De bestrijdingsmiddelen waar bijen iedere dag aan worden blootgesteld hebben een aantal ernstige gevolgen. De bijen worden er zwakker van en minder bestand tegen Nosema, een schimmel die onder andere een soort dysenterie veroorzaakt. Ook verstoort hun poetsdrang, waardoor ze het belagers  als Varroa minder moeilijk maken. Ook het vermogen tot communiceren en navigeren neemt af door de invloed van de bestrijdingsmiddelen; de honingbijen kunnen hun taak in het volk niet meer goed uitvoeren.

Bestrijdingsmiddelen zijn er in vele vormen, van volkomen onschuldig tot extreem gevaarlijk. De extreem gevaarlijke variant zijn van het type neonicitinoiden.
Deze neonicotinoiden zijn al in hele kleine doses heel giftig. Bovendien hopen ze zich op in het lichaam van de bij en in de bijenwas, dus hoe meer een bij er gedurende haar leven mee in aanraking komt, hoe schadelijker het is.
Neonicotinoiden zijn in een aantal andere europese landen al verboden voor de meeste toepassingen. Gek genoeg zijn ze in Nederland te koop voor professioneel gebruik, maar ook voor particulieren. Sterker nog, in de meeste middelen die je voor je tuin kunt kopen blijken deze stoffen in zeer gevaarlijke hoeveelheden aanwezig te zijn. In mierenlokdoosjes, raamstickers, luizenspray, maar ook in vlooiendruppels voor de kat.

Het afgelopen jaar zijn we een pilotonderzoek begonnen in Amersfoort. Volgend jaar gaan we dat onderzoek landelijk uitvoeren. Met dit onderzoek willen we er achter komen hoeveel van deze middelen er eigenlijk aan particulieren worden aangeboden en hoeveel alternatieven er ook in het schap staan. Daarnaast willen we natuurlijk winkeliers belonen als ze geen bijonvriendelijke middelen verkopen. Op bijenoffensief.nl vind je meer informatie.

Als je je aanmeldt als vrijwilliger, krijg je een turflijst waarop alle bestrijdingsmiddelen staan die zijn toegelaten voor particulier gebruik. Je kunt daarmee naar een winkel gaan en aankruizen welke middelen er te koop zijn. Als alle resultaten binnen zijn reiken we bijvriendelijkheidscertficaten uit. Als een winkel het goed doet, krijgt hij een groene sticker en als hij het slecht doet een rode. Op transitielab.nl komt dan een lijst te staan met winkels in volgorde van bijvriendelijkheid.

nl